Uitspraak rechtbank over bijtincident hond

Home / Actualiteit / Uitspraak rechtbank over bijtincident hond

Op 12-07-2016 heeft de rechtbank Amsterdam een uitspraak gedaan over een incident waarbij een zesjarig meisje werd aangevallen en in het gezicht werd gebeten door een loslopende Amerikaanse Staffordshire Terrier.

Het meisje liep daarbij uitgebreide wonden op in het gezicht, aan het oor, het hoofd en aan een hand, de wond in de neus was zeer diep en het linker neusbot was deels gebroken; vermoedelijk is er blijvend letsel met blijvende littekens, alsmede psychisch trauma opgelopen.

De eigenaresse had de hond pas sinds kort uit een asiel gehaald; deze was nog niet gesocialiseerd en was bij de vorige eigenaar in beslag genomen vanwege onvoldoende zorg en mishandeling.

De eigenaresse liet de hond onaangelijnd lopen in een kijktuin, die wel was omheind, maar niet was afgesloten. Het was geen openbaar park, maar het was wel feitelijk toegankelijk.

De vader van het zesjarige meisje zag de aanval van de hond maar kon het bijtincident niet verhinderen, evenals de eigenaresse van de hond die op het kind is gaan liggen om haar af te schermen van de hond. Het leed was echter al geschied en het kind had forse bijtwonden opgelopen.

Het betrof een berechting door de Meervoudige Strafkamer, waarbij tevens een schadevergoedingsvordering door de ouders namens hun kind werd ingediend; dit heet binnen het strafproces “voeging door de benadeelde partij”.

De rechtbank achtte de eigenaresse van de hond wegens grove onachtzaamheid en nalatigheid schuldig aan het door het meisje opgelopen zwaar lichamelijk letsel en veroordeelde de verdachte tot een taakstraf van 180 uur, waarvan 60 uur voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

De schade van het meisje werd gedeeltelijk toegewezen en wel tot € 279,70 vanwege materiële schade en € 7.000,– voor immateriële schade (smartengeld).

De vader claimde shockschade vanwege de directe, zeer aangrijpende confrontatie van het bijtincident en het letsel dat hij zijn dochtertje zag aangedaan worden; bewezen werd geacht dat de vader daardoor een posttraumatische stressstoornis had opgelopen, waartoe de rechtbank voor de shockschade € 1.500,– toewees.

Verder werden nog diverse bedragen ten laste van de verdachte toegewezen, onder andere vanwege de kosten van rechtsbijstand (advocaatkosten).

Dit is een voorbeeld van voeging in het strafproces, waarbij de slachtoffers van een misdrijf schadevergoeding krijgen toegewezen door de rechter die ook het strafproces tegen de verdachte behandelt. Verdere aantoonbare schadevergoeding kan het slachtoffer zonodig claimen in een andere, aanvullende civiele procedure.

Zowel voor de voeging in het strafproces als ook voor een eventuele aanvullende schadeclaim kan mr Cas van Heugten u rechtsbijstand verlenen, u adviseren en zonodig de aangewezen procedure(s) voeren.