Een greep uit recente jurisprudentie arbeidsrecht

Home / Actualiteit / Een greep uit recente jurisprudentie arbeidsrecht

Eerder was het op grond van het arrest van de Hoge Raad van 26 januari 2001 (het arrest Wapenaar/Taxi Hofman) zo dat als de werkgever in de brief bij ontslag op staande voet had beweerd dat het ontslag werd gegeven op grond verduistering (een strafrechtelijk begrip) de werkgever ook de bij verduistering horende opzet moest bewijzen.
Op 19 februari 2016 heeft de Hoge Raad een uitspraak gedaan in de zaak van een werknemer tegen Autocentrum Zuid-Nederland, dat een werknemer op staande voet was ontslagen omdat hij gebruik had gemaakt van zijn zakelijke tankpas om daarbij de auto van zijn partner vol te tanken. In de ontslagbrief stelde de werkgever als ontslaggrond: diefstal van bedrijfseigendommen.
Ofschoon voor het strafrechtelijk begrip diefstal eveneens opzet is vereist, vond de Hoge Raad dat de werkgever niet behoefde te worden belast met het moeilijke bewijs van de opzet: voor de Hoge Raad was voldoende dat vanwege de bedoeling van de mededelingsplicht van de dringende reden voor het ontslag op staande voet het voor de werknemer direct duidelijk behoort te zijn wat voor de werkgever aanleiding was voor de directe beëindiging van de dienstbetrekking.
Het gaat er immers om dat het voor de werknemer direct volkomen duidelijk is welke dringende reden tot het ontslag op staande voet heeft geleid.